Het klinisch onderzoek naar de effecten van acupunctuur

De laatste decennia zijn er vele honderden klinische onderzoeken, de zogenaamde gerandomiseerde klinische trials (RCT’s), gepubliceerd naar de effectiviteit en de veiligheid van acupunctuur volgens de klassieke Chinese methode. Iets meer dan de helft van deze studies was placebo-gecontroleerd, de overige waren meer praktisch gericht en vergeleken acupunctuur met normale behandelingen.

Op basis van al deze studies heeft men ook geprobeerd al het onderzoek samen te vatten in de zogenaamde meta-analyses, die tot de algemene conclusie leiden dat acupunctuur in onmiskenbaar effectief is bij braken, misselijkheid en bij vele pijnsyndromen. Aan de andere kant was uit het gedane onderzoek duidelijk dat oorsuizen en bepaalde verslavingen, zoals roken, niet of nauwelijks reageren op Chinese lichaamsacupunctuur. Voor de overige onderzochte indicaties is het bewijs (nog) niet sluitend en bestaan er diverse uiteenlopende methodologische problemen die de interpretatie van de gegevens moeilijk of onmogelijk maken.

De zogenaamde Evidence Based Medicine (EBM) op basis waarvan RCT's ontwikkeld zijn en die vervolgens de basis vormen voor meta-analyses richt zich eigenlijk alleen op geisoleerde wetenschappelijke vragen en binnen al dat onderzoek is er weinig plaats voor Patient Centered Medicine. De vraag die met EBM beantwoord kan worden is bijvoorbeeld:werkt het prikken van een bepaalde combinatie van punten bij een patiŽnt beter dan het prikken van evenveel, maar betekenisloze punten op het lichaam. Het is allereerst al heel moeilijk om betekenisloze punten te vinden; meestal heeft het insteken van een naald door de huid al een bepaald fysiologisch effect. Verder is het vrij betekenisloos om uiteindelijk te analyseren of een bepaalde acupunctuur interventie werkt, als de arts blind is en de patiŽnt weet niet of hij echte of placebo acupunctuur krijgt (zie verder onder). Dat is een academische kwestie, en het antwoord heeft alleen maar academische betekenis, maar geen maatschappelijke betekenis. Het is veel relevanter om te analyseren of patiŽnten die door een acupuncturist behandeld worden zich beter voelen en minder kosten in de gezondheidszorg genereren. Dit laatste onderzoek is niet EBM, maar zou Patient Centered Medicine genoemd kunnen worden, zoals Prof. dr. Bensing, hoogleraar gezondheidspsychologie in Utrecht dat voorgesteld heeft. De kosteneffectiviteits studies en de patiŽnten tevredenheidsstudies zijn hiervan voorbeelden.

Er zijn tot nu toe echter slechts een handvol indicaties van de Chinese acupunctuur goed onderzocht, andere vormen van acupunctuur zoals bijvoorbeeld de Japanse acupunctuur, pols en enkel acupunctuur, de schedelacupunctuur, ooracupunctuur en de electroacupunctuur zijn vrijwel niet onderzocht, terwijl met deze vormen in de praktijk soms zeer indrukwekkende resultaten te behalen zijn. Zelfs bij moeilijke indicaties als hemiplegie na een CVA, pijnlijke polyneuropathie en drangincontinentie.[i] Deze laatste indicatie is in ons land ook onderzocht door collega van Balken, in Nijmegen, die eveneens positieve effecten vond van electrostimulatie van een acupunctuurpunt in de benen.[ii]

Er komen de laatste jaren langzaam nieuwe inzichten over speciale effecten die optreden bij acupunctuur, zoals bijvoorbeeld het feit dat electroacupunctuur ontstekingsremmend kan werken.

Wel bestaat er een duidelijke overeenstemming dat acupunctuur gehanteerd door een geschoolde acupuncturist een veilige behandeling is.[iii] In een recente grote studie naar bijwerkingen bij meer dan 30.000 behandelingen met acupunctuur bleek dat er wel bijwerkingen waren, maar over het geheel genomen waren die niet frequent, mild en van voorbijgaande aard.[iv] Ook de Amerikaanse overheid bij monde van de ‘Food en Drug Administration’ (FDA) gaf in 1996 aan dat acupunctuur weinig risicovol is en accepteerde acupunctuurnaalden als normale medische instrumenten.

Door veel methodologische problemen bij het onderzoek naar de effectiviteit van acupunctuur bij bepaalde ziekten zijn grote studies met vele honderden patiŽnten te weinig of zelfs nog niet opgezet. Het is namelijk niet makkelijk om een goed systeem te bedenken hoe de effecten van de acupunctuur meetbaar te maken, en hoe te bereiken dat op dezelfde mannier behandeld wordt. Iedere acupuncturist voelt bij elke nieuwe patiŽnt immers steeds weer aan de pols waar het goed is om te prikken. En ook daardoor is het bijna onmogelijk het zogenaamde dubbel blinde karakter van klassiek onderzoek te waarborgen en uit te voeren. Een ander probleem is dat dit soort onderzoek bijzonder duur is, het kost vele miljoenen aan Euro’s en het duurt jaren. Aangezien acupunctuur een soort concurrent is van de geneesmiddelenindustrie, die wel miljoenen kan investeren, is dit geld niet te vinden, tenzij er een sponsor verschijnt. Tot nu toe is dit ťťn van de belangrijkste problemen geweest waarom groot onderzoek naar de effecten van acupunctuur niet uitgevoerd wordt.

Naast het klassieke klinische onderzoek (de RCT) staat de patiŽntenervaring. Veel patiŽnten die behandeld worden door een acupuncturist voor een aandoening zoals bijvoorbeeld chronische pijnen, het spastisch colon, menstruatieklachten, nek- of rugpijn, MS, fibromyalgie, lumbago e.d. menen bij deze interventie veel baat te hebben. En, zo bleek uit recent kosteneffectiviteitsonderzoek bij pijnpatiŽnten die medicamenteus uitbehandeld waren, kunnen verwijzingen naar de tweede lijn of zelfs operaties voor b.v. artrose aan de heup uitgesteld worden door met acupunctuur te behandelen, met significante besparingen voor de gezondheidszorg.

Bij ORES gaan we er van uit dat elke patiŽnt samen met de behandelaar een traject in gaat, waarin we in 6-8 behandelingen samen uitzoeken wat de beste soort behandeling is en of de patiŽnt genoeg baat ondervindt van de behandeling om door te gaan. Als dat zo is, wordt de behandeling door gegeven, totdat de patiŽnt tevreden is. Uiteindelijk volgen we zo de opmerking van Goethe, die ooit zei: “

'Wie geneest heeft gelijk'”.

 © ORES 2003

 

[i] Govier, F.E., Litwiller, S. et al. Percutaneous afferent neuromodulation for the refractory overactive bladder: results of a multicenter study. J. Urol. 165: 1193-1198, 2001

[ii] Van Balken, M.R., Vandoninck, V., et al. Posterior tibial nerve stimulation as neuromodulative treatment of lower urinary tract dysfunction. J. Urol. 166: 914-918, 2001

[iii] British Medical Association Board of Science and Education. Acupuncture: efficacy, safety and practice. London: Harwood Academic Publishers, 2000.

[iv] MacPherson, H et al.  The York acupuncture safety study: prospective survey of 34 000 treatments by traditional acupuncturists BMJ 2001;323:486-487