Met moed en acupunctuur 2005 in

Bij alle goede wensen en lieve groeten, die ieder jaar weer bij ons komen, wordt vaak de vraag gesteld: “hoe gaat het met je?”
Deze vraag kan meestal met “naar omstandigheden redelijk” worden beantwoord.
“Kun je nog cello spelen?”, “Neen, maar de herinneringen aan zestig jaar dagelijks spelen en studeren, alleen, of met anderen, en soms onder deskundige leiding, zijn onsterfelijk”.
“Kun je nog lopen?”, “Moeizaam, maar ik zak niet in elkaar, en dank zij “DE ROLLATOR” – fantastische uitvinding! - beweeg ik me niet in een rolstoel voort, alhoewel---er staat wel zo’n ding in de auto”. Het is altijd weer een zelfoverwinning als ik daar in stap – even slikken – maar als ik er enige uren in gezeten heb, f winkelend met een van mijn dochters, f met een van mijn kleinkinderen ronddwalend in de stallen, bedrijfsruimten en winkel van de Biologische Boerderij in Soest, f “gewoon buiten” met mijn echtgenoot ergens in de vrije natuur, dan stap ik er zeer tevreden uit met de verzuchting dat die stoel zo voortreffelijk bij mijn lichaam is aangemeten (met dank aan de Thuiszorg). Als ik vervolgens vertel dat ik zelf nog rijd in een normale auto – weliswaar met airconditioning en uiteraard automatische versnelling – dan klinkt het helemaal nog niet zo slecht.

Acupunctuur

De tussentijdse ups & downs probeer ik dan maar te overwinnen, waarbij de acupuncturist mij helpt. En zolang de naaldjes door zijn deskundige handen gezet worden, durf ik met vreugde naar de nieuwe jaarkalender te kijken.

Rolstoeltje

Als illustratie van de vreugdegevoelens voor 2005 wil ik tenslotte iets vertellen wat me heeft ontroerd. Een van mijn kleinkinderen - ze is acht jaar en ze woont vlak bij ons – vraagt aan Sinterklaas een rolstoeltje voor in haar poppenhuis. Na veel inspanning van haar ouders weet de Sint via Internet aan haar wensen te voldoen. Het kind is er dolblij mee en laat het vehikeltje aan mij zien, met de toevoeging dat er voor de Oma ook twee elleboogstokjes zijn. Heel lief, zo’n spel. Tijdens mijn dagelijks terugkerend avondgesprek – de kinderen slapen al - met haar moeder vraag ik waar het rolstoeltje is “geparkeerd”. Ze gaat even in het poppenhuis kijken en vertelt vervolgens het ontroerende tafereel dat ze daar aanschouwt: ”Het Kerstboompje staat met de lichtjes aan midden in de kamer, stoelen inclusief de rolstoel in een grote kring er omheen”. De rolstoel was leeg. De poppengebruikers hebben een been in een gipsverband, en dat hoort niet bij Oma, gelukkig, en M.S. Oma’s zijn er niet, ook niet via Internet. Dus de rolstoel bij haar Kerstboom is niet in gebruik.

C