Acupunctuur: het werkt, maar helpt het?

 

Het gebruik van acupunctuur bij de behandeling van pijnklachten is wijd verbreid. Er is bovendien uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Twee deskundigen vertellen over hun enthousiasme en hun scepsis.

 

Door Renť Fransen

 

Naam: Prof. dr. Jan M. Keppel Hesselink

Is: bioloog, arts en acupuncturist

Tevens: hoogleraar moleculaire farmacologie aan de universiteit van Witte/Herdecke (Dld). Hij † praktiseert binnen het therapeutisch centrum Ores (www.ores.nl).

Vindt: dat acupunctuur bewezen werkzaam is bij diverse pijnsyndromen.

 

 

“Het mooiste pijnmodel om te toetsen dat acupunctuur werkt is postoperatieve tand- en kiespijn. Dat is een duidelijk omschreven pijnsyndroom, dat ook in diermodellen te onderzoeken is.” Jan M. Keppel Hesselink vindt zelf het wetenschappelijke bewijs voor de werkzaamheid van acupunctuur zo overtuigend dat er “geen fundamentele scepsis kan bestaan over het pijnstillende effect.”

In zijn therapeutisch centrum Ores behandelt hij neurologische patiŽnten, onder meer met pijn ten gevolge van kanker, posttraumatische dystrofie, Parkinson of multiple sclerose. “Met bepaalde vormen van acupunctuur, zoals de schedelacupunctuur van Yamamoto of regionale elektroacupunctuur kan je zelfs binnen seconden tot minuten een pijnstillende werking verkrijgen.”

De Yamamomto-techniek is relatief nieuw, en gaat uit van andere acupunctuurpunten dan de klassieke, TaoÔstische methode. Volgens Keppel Hesselink zijn acupunctuurpunten goed op te sporen door hun lagere huidweerstand. “We meten de weerstand met een puntzoeker. Je ziet dan een sterke verlaging op acupunctuurpunten. Aan de universiteit van Witte zijn die punten histologisch onderzocht, en je vindt daar bijvoorbeeld meer gap-junctions.” In meer traditioneel-Chinese termen gaat het om vortexen van de ‘lichaamsenergie’ Qi. Die stroomt via meridianen door het lichaam en heeft zo invloed op de lichaamsfuncties. Acupunctuur werkt in deze terminologie door de beÔnvloeding van de Qi. Volgens de arts is het effect van de acupunctuurnaald op de Qi soms ook voelbaar, als een tinteling na het inbrengen.

“In het Westerse wereldbeeld praat je over activatie van deltavezels en zo. Maar het TaoÔsme en het Westerse denken zijn twee paradigma’s die je niet goed naar elkaar kunt vertalen. De TaoÔst beschrijft het landschap, de Westerling beschrijft de bouwstenen.”

Los van zijn eigen klinische ervaring weet Keppel Hesselink zich gesteund door een reeks van wetenschappelijke publicaties. “Die ondersteunen de gedachte dat acupunctuur analgetisch werkt, dat het mechanisme van acupunctuur via de endogene opiaten tot stand komt en dat de werkzaamheid afleidbaar is uit de effecten die waargenomen kunnen worden op spinale, mesencefale en hypothalame niveau’s van het centrale zenuwstelsel.” Beeldvormende technieken als fMRI en PET-scans tonen duidelijke centrale effecten van acupunctuur.

Niet van alle studies zijn de resultaten even eenduidig, maar dat mag nauwelijks een verrassing zijn, vindt Keppel Hesselink: “Je hebt vaak enorm veel patiŽnten nodig om therapeutische effecten aan te tonen. Farmaceutische multinationals die bijvoorbeeld een nieuwe pijnstiller ontwikkelen kunnen het zich veroorloven een half miljard uit te geven om de werkzaamheid aan te tonen. Voor een studie naar de werkzaamheid van acupunctuur is dat geld er eenvoudigweg niet.”

En toch zijn er bijvoorbeeld studies, stelt Keppel Hesselink, die aantonen dat acupunctuur even goed werkt als diclofenac bij osteoartrotische pijn. Of dat acupunctuur bij lage rugpijn significante verbetering geeft in vergelijking tot placebo-acupunctuur. Hoe duidelijker een pijnsyndroom te omschrijven is, hoe duidelijker het effect van acupunctuur, aldus Keppel Hesselink. Verwijzingen naar tal van wetenschappelijke publicaties staan op de website van Ores. “Bovendien heeft acupunctuur in handen van professionele therapeuten geen bijwerkingen, waar bepaalde pijnstillers bijvoorbeeld maagklachten kan veroorzaken.” En acupunctuur mag dan oud zijn, er zijn de afgelopen decennia tal van nieuwe vormen ontwikkeld. “Die lijken zelfs effectiever te zijn dan de traditionele vormen.”

 

 

Naam: dr. Pim Meijler

Is: neuroloog, klinisch farmacoloog. Pijnconsulent van het Integraal Kankercentrum Noord-Nederland.

Tevens: Voorzitter Pijnsectie Nederlandse Vereniging voor Neurologie. Bestuurslid Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Pijn. Lid van de Nederlandse Vereniging voor Hypnotherapie

Vindt: dat acupunctuur wel werkt, maar niet helpt.

 

“Ik ben nooit erg onder de indruk geweest van de effecten van acupunctuur. Je kunt fysiologische effecten meten, maar die zijn heel gering.” Pim Meijler heeft een aantal jaren onderzoek gedaan naar de werking van acupunctuur. “Ik was toen verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Die had een samenwerkingsverband met de universiteit van Sjanghai. Uit die samenwerking was een acupunctuurcentrum ontstaan, waar naast patiŽntenzorg ook onderzoek en onderwijs plaatsvond.”

Meijler deed er in samenwerking met de onderzoeksgroep voor orale fysiologie † experimenten met de ‘Flexi-reflex-respons’ (FRR), een terugtrekreflex na een fysiologische pijnprikkel. “Geef je een pijnstiller, dan is de respons vertraagd. En dat gebeurt ook wanneer je acupunctuur toepast. Het werkt dus” Maar, voegt hij toe, het acupunctuur-effect is na te bootsen met behulp van een niet-specifieke pijnprikkel.
Uiteindelijk formuleerde hij met zijn collega’s een theorie over de werking van acupunctuur. “Je kunt pijn verminderen door een tweede pijnprikkel te geven. De naald veroorzaakt een klein wondje, zeker wanneer je die nog even ronddraait en er ontstaat vaak een kleine ontsteking. Daarmee beÔnvloed je het transport van elektrische signalen en dus de pijnprikkels.”

Bij chronische pijn ontstaan neuroplastische veranderingen in hoogdrempelige, vrije zenuwen die normaal gesproken alleen ‘slapend’ aanwezig zijn. “Een collega van mij noemde ze de ‘snuffelpalen’ van het lichaam. Bij een lokale beschadiging komen stoffen als prostaglandines en neurotransmitters vrij, die de prikkeldrempel van de zenuwen verlagen. Na verloop van tijd kan die verlaging van de drempel zo sterk toenemen dat ook niet-pijnlijke prikkels tot een pijnsignaal leiden.” Door die sensitisatie ontstaat chronische pijn. “Met acupunctuur breng je een nieuwe, andere beschadiging aan voor herstel van de neuroplastische veranderingen kunnen leiden.”

Ook andere onderzoeksgroepen kwamen tot een dergelijke verklaring. Acupunctuur is in die opvatting dus een vrij a-specifieke behandeling van pijnklachten, wat voor Meijler de beperkte effectiviteit verklaart. “Bij alternatieve geneeswijzen zie je vaak dat het wel helpt, maar dat er geen fysiologische effecten zijn waar te nemen. Met acupunctuur zie je wel fysiologische effecten, maar het pijnstillende effect is minimaal. Het werkt, maar het helpt niet.” Meijler heeft ook nooit specifieke acupunctuurpunten kunnen vinden met weerstandsmetingen, wat voor hem bevestigt dat het effect vergelijkbaar is met dat van een niet-specifieke pijnprikkel.

Hij is dan ook niet onder de indruk van studies die wťl een effectieve werking laten zien. “Er is meer onderzoek waaruit blijkt dat de effectiviteit tegenvalt dan onderzoek dat een effectieve werking laat zien.” En er is heel wat onderzoek verricht, weet hij ook. “Ik heb in het programma voor alternatieve geneeswijzen van onderzoekfinancier NWO zelf projecten beoordeeld. De overheid heeft op advies van de Gezondheidsraad ook flink wat geld gestoken in onderzoek naar acupunctuur.” De resultaten bleven echter minimaal, aldus Meijler. “Maar ik sluit absoluut niet uit dat individuele patiŽnten er baat bij hebben.” Hij wijst er ook op dat binnen de beroepsgroep van pijnspecialisten acupunctuur niet gezien wordt als een ‘alternatieve geneeswijze’, maar gewoon als een van de opties. “Maar kankerpatiŽnten raad ik het niet aan. Die hebben gewoon krachtiger middelen nodig.”