De hysterische hemispasme van tong en lippen, 'hémispasme glosso-labié hystérique'

Het ‘Mascaron Grotesque’ een sculptuur aan de Venetiaanse kerk  ‘Santa Maria Formosa’ die in 1492 gebouwd werd.

Charcot was initiator en medeoprichter van de geïllustreerde 'Iconographie photographique de la Salpètriere' (1879-1880) en de 'Nouvelle Iconographie de la Salpêtrière clinique des maladies du système nerveux' (1888-1918). Beide series zijn vanuit medisch historisch oogpunt zeer boeiend.

In de drie delen die verschenen van de 'Iconographique photographique' zijn zeer veel foto's afgebeeld van allerlei hysterische toestandsbeelden. In de eerste nummers vinden we bijvoorbeeld afbeeldingen van vrouwen die met zeer fantasierijke en uiteenlopende houdingen afgebeeld staan.

De onderschriften vermelden hystero-epileptische aanval, arc de cercle, hysterische tetanie, erotisch delier, melancholisch delier, aanval met crucifix pose, religieuze extase etc. De foto's uit beide series vormen de meest indrukwekkende 'fin-de-siècle' afbeeldingen van psychiatrische syndromen.

Het is duidelijk dat deze publicaties allen de signatuur van Charcot dragen.

In de nieuwe serie , 'Nouvelle iconographie', werden naast de bekende afbeeldingen van allerlei hysterische bewegingsstoornissen ook veel neurologische aandoeningen afgebeeld, zoals bijvoorbeeld diverse myopathieën, acromegalie, de ziekte van Friedreich en vormen van de ziekte van Parkinson. Vooral de arts-kunstenaar Paul Richer produceerde veel schetsen en tekeningen van verschillende tot de verbeelding sprekende gevallen. Het boeiende van deze nieuwe serie was bovendien dat verschillende afbeeldingen uit de kunstgeschiedenis geanalyseerd werden binnen een neurologische of psychiatrische context.

Charcot en Richer bespraken bijvoorbeeld in het eerste deel van de nieuwe serie een prachtig stenen masker, het 'mascaron grotesque', hier afgebeeld, aan de Venetiaanse kerk 'Santa Maria Formosa' onder de diagnose 'hémispasme glosso-labié hysterique'.[i]

De auteurs speculeerden dat de artiest die het masker gemaakt had, ook inderdaad een patiënt met een hysterische hemispasme van tong en lippen gezien zou hebben. Bij deze aandoening van het gelaat wordt ook veelal een hysterische hemi-paralyse van de ledematen gezien, zo vervolgden Charcot en Richer hun betoog.

 Patiënt uit de kliniek van Charcot met een hysterische spasme van een gelaatshelft, inclusief blefarospasme en een naar de aangedane kant uitgestoken tong. Dergelijke patiënten worden tegenwoordig vrijwel niet meer gezien.

De symptomen van deze aandoening zijn zo opmerkelijk, dat een verwisseling met andere aandoeningen van de gezichtsmusculatuur die gepaard gaan met spasmen onmogelijk is. Vooral de overdreven ver uitgestoken tong, wijzend naar de aangedane zijde is opvallend. Om de vergelijking met een patiënt duidelijk te maken, tekende Richer nog twee portretten van patiënten uit de kliniek van Charcot, waarvan er een hier afgebeeld is.

Samen met Richer publiceerde Charcot in 1887 ook de eerste medisch analyse van afbeeldingen in de kunst in boekvorm, 'Les Démoniaques dans l'art'.[ii] Het werk van Rubens stond in deze analyse centraal. Dit boek is helaas vrij zeldzaam en is uit diverse grote collecties ontvreemd.

In het latere werk van Charcot op het gebied van de psychiatrie ontstond de neiging door te schieten van het geven van karakteristieken van ziektebeelden naar stereotypie. Geselecteerde schetsen en foto's werden gebruikt om bijvoorbeeld de systematiek van hysterische en hystero-epileptische aanvallen die Charcot ontwierp te ondersteunen. Daar verschillende patiënten van Charcot zeer suggestibel waren, ontstond een soort circulus vitiosis tussen de visie van de meester en de poses die zijn patiënten aannamen. Vele van deze poses dragen daardoor het signatuur van de tijd (en de onderzoeker) en worden tegenwoordig niet meer waargenomen.

 © ORES 2003

 [i]. Charcot JM, Richer P. La mascaron grotesque de l'eglise Santa Maria Formosa en Venise et l'hémispasme glosso-labié hysterique. Nouvelle Iconographie 1888;1:87-92.

[ii]. Charcot JM, Richer P. Les démoniaques dans l'art. Paris: Delahaye, 1887.